Vlakheid is de voornaamste reden voor geschillen op een werf waar dekvloeren worden geplaatst, bijna altijd om dezelfde reden: niemand had op voorhand vastgelegd welke eisen er golden. Er bestaat echter niet zoiets als één standaardvlakheid; er zijn verschillende kwaliteitsniveaus waaruit gekozen kan worden.
De referentiemethode bestaat erin een stijve rei van 2 meter op de vloer te plaatsen, in verschillende richtingen en op diverse plaatsen, en vervolgens met voelermaten de maximale opening tussen de rei en de dekvloer te meten.
Twee andere controles vullen deze aan, maar worden vaak vergeten. Het lokale hoogteverschil wordt gemeten met een rei van 20 cm om kleine, plaatselijke oneffenheden op te sporen. De niveautolerantiecontroleert dan weer of de vloer zich wel op de voorziene hoogte bevindt: een dekvloer kan perfect vlak zijn en toch 2 cm te hoog liggen, waardoor de deuren klemmen.
In België worden de vlakheidsklassen voor dekvloeren gedefinieerd door de TV 189 van Buildwise, het voormalige WTCB. De waarden die doorgaans worden gehanteerd onder de rei van 2 m zijn:
Deze waarden zijn richtlijnen: de toepasselijke klasse en de referentienorm moeten in het lastenboek of de offerte staan. Het is de uiteindelijke vloerbekleding die de eisen bepaalt, en hoe groter het formaat van de elementen, hoe minder fouten de vloer vergeeft.
De vereiste vlakheid wordt vastgelegd vóór het gieten, niet na het plaatsen van de tegels. Als de vloerbekleding op het moment van de offerte nog niet gekozen is, moet u uitgaan van de strengste eis, die later eventueel nog kan worden bijgesteld.
Een tegensprekelijke controle bij de oplevering van de dekvloer, met de rei in de hand en een schriftelijk verslag, lost de kwestie definitief op. En als er een afwijking wordt vastgesteld, beschrijft onze fiche een dekvloer schuren of herstellen de mogelijke correcties. De te respecteren diktes, die eveneens bepalend zijn voor het resultaat, staan in onze gids dekvloerdikte per type en per ondergrond.