Verwarmen is niet verboden, het is zelfs vaak nuttig. Alles hangt af van wat u verwarmt en vanaf wanneer. Het onderscheid tussen het verwarmen van de ruimte en het verwarmen van de dekvloer is hierbij essentieel.
De ruimte op een temperatuur van ongeveer 18 tot 20 °C houden helpt bij het droogproces, omdat warmere lucht meer vocht kan opnemen, op voorwaarde dat de lucht wordt ververst. Radiatoren, convectoren en warmtepompen in luchtmodus zijn geschikt, zolang de warme lucht niet rechtstreeks op de vloer wordt gericht.
Een belangrijk aandachtspunt zijn mobiele gas- of petroleumkachels zonder afvoer: bij de verbranding komt waterdamp vrij, waardoor de luchtvochtigheid stijgt. Op een werf waar een dekvloer ligt te drogen, werken deze toestellen dus averechts.
Vloerverwarming is geen hulpmiddel om het droogproces te versnellen. Het systeem mag pas worden opgestart na een minimale wachttijd, doorgaans twee tot drie weken voor een cementdekvloer en één week voor een anhydrietchapeanhydrietchape, en vervolgens volgens een protocol waarbij de temperatuur stapsgewijs wordt verhoogd.
Te vroeg opstarten of de temperatuur te snel verhogen veroorzaakt onherstelbare haarscheurtjes in de hele massa. Het volledige protocol, stap voor stap, vindt u in onze gids dekvloer en vloerverwarming.
Laat de dekvloer de eerste dagen eerst rustig uitharden. Ventileer en ontvochtig daarna, terwijl u de ruimte matig verwarmt: dat is wat het droogproces echt versnelt. Start pas daarna de vloerverwarming op volgens het protocol en overweeg pas dan de plaatsing van de vloerafwerking, na een vochtmeting.